Een tijdje geleden had ik het met een van de ouders van mijn studenten over het thema van “de” en “het”. Moeder vertelde dat het al zo goed gaat met het Nederlands van haar zoon, maar dat “de” en “het” toch een uitdaging blijven.

En daar gaan we het vandaag over hebben – het mysterie van “de” en “het” in het Nederlands. Heeft jouw kind hier soms ook nog moeite mee? Maak je geen zorgen! Hier een kleine opfrisles.

Wanneer gebruiken we “de”?

Laten we beginnen met “de”. We gebruiken “de” als we praten over:

  • Mensen: “de juf” (the teacher), “de vriend” (the friend)
  • Dieren: “de hond” (the dog), “de kat” (the cat)
  • Zaken van het hart: “de liefde” (the love), “de vriendschap” (the friendship)

Voorbeeldzinnen:

  • “De zon schijnt vandaag.” (The sun is shining today.)
  • “Ik speel met de bal.” (I am playing with the ball.)
  • “De bloem is mooi.” (The flower is beautiful.)

Wanneer gebruiken we “het”?

Nu gaan we het hebben over “het”. We gebruiken “het” als we praten over:

  • Dingen: “het huis” (the house), “het boek” (the book)
  • Abstracte zaken: “het geluk” (happiness), “het weer” (the weather)

Voorbeeldzinnen:

  • “Het is een groot huis.” (It is a big house.)
  • “Ik lees het boek.” (I am reading the book.)
  • “Het regent vandaag.” (It is raining today.)

Het geheime wapen: oefenen!

Oefening baart kunst, dus laten we samen oefenen. Kun jij bedenken of het “de” of “het” is voor deze woorden?

  • Tafel
  • Meisje
  • Computer
  • Strand
  • School

Denk jij na het lezen dat je behoefte hebt aan extra hulp in de vorm van online Nederlandse lessen voor jouw kind? Dan kun je hem of haar opgeven voor een gratis proefles via deze link.

Geschreven door Anouk Hosman, eigenaresse van Dutch for Kids

Vergelijkbare berichten