
Heeft jouw meertalige kind moeite met de Nederlandse taal? Misschien is de Nederlandse woordenschat kleiner dan die van klasgenootjes, spreekt je kind bepaalde klanken niet goed uit of heeft het moeite om in het Nederlands te vertellen wat het bedoelt. Regelmatig adviseert een school dan om eens naar een logopedist te gaan.
Soms is logopedie precies wat een kind nodig heeft. Maar bij meertalige kinderen kan er ook iets anders spelen: het kind heeft geen probleem met de taalontwikkeling zelf, maar heeft simpelweg nog onvoldoende Nederlandse woordenschat en taalervaring opgebouwd.
Wanneer kies je voor logopedie en wanneer kan extra Nederlandse les voor een meertalig kind helpen? In dit artikel leggen we het verschil uit aan de hand van voorbeelden uit onze dagelijkse praktijk bij Dutch for Kids.
Wanneer kan logopedie helpen?
Een logopedist kan kinderen begeleiden bij verschillende problemen rondom spraak, taal, stem en communicatie. Denk bijvoorbeeld aan moeite met bepaalde klanken, verstaanbaarheid of andere problemen binnen de spraak- en taalontwikkeling.
Wanneer daar daadwerkelijk een probleem zit, kan logopedie ontzettend waardevol zijn.
Maar stel dat een kind thuis voornamelijk een andere taal spreekt en daardoor simpelweg minder uren Nederlands hoort en gebruikt?
Dan kan er iets anders aan de hand zijn.
Het kind heeft misschien geen probleem met taal leren, maar heeft gewoon nog niet genoeg gelegenheid gehad om het Nederlands op hetzelfde niveau te ontwikkelen als kinderen die thuis én op school Nederlands spreken.
Soms zit het probleem niet in de klanken, maar in de woordenschat
Dit zien we regelmatig bij Dutch for Kids.
Zo kwam er een vader bij ons met zijn zoontje uit een Turks gezin. Zijn zoon was doorverwezen naar logopedie en ging daar een half jaar lang twee keer per week naartoe.
Toch bleef de vooruitgang beperkt.
Na een aantal maanden gaf de logopedist uiteindelijk zelf aan dat ze zich afvroeg of logopedie wel was wat hij nodig had.
Voor zijn vader was dat natuurlijk frustrerend. Ze hadden maandenlang tijd en energie geïnvesteerd en wilden vooral dat hun zoon geholpen werd.
Hij ging verder zoeken en kwam uiteindelijk bij Dutch for Kids terecht.
Daar zagen we iets anders.
Zijn zoon had vooral behoefte aan méér Nederlands.
Meer woorden. Meer gesprekken. Meer herhaling. Meer taal rondom onderwerpen die hij ook op school tegenkwam.
En toen begon er iets te veranderen.
Dezelfde thema’s als op school
Bij jonge kinderen werken we bij Dutch for Kids veel met herkenbare thema’s uit hun dagelijks leven en de basisschool.
Denk aan:
- de lente
- de herfst
- dieren
- kleding
- eten en drinken
- het lichaam
- Sinterklaas
- Kerst
- school
- familie
- buiten spelen
Tijdens de één-op-éénlessen praten we over deze onderwerpen, bekijken we afbeeldingen, lezen we verhaaltjes en oefenen we woorden en zinnen.
Een kind dat bijvoorbeeld op school bezig is met het thema lente, komt woorden tegen als bloesem, groeien, zaadjes, lammetje, nestje en knoppen.
Wanneer Nederlands niet de taal is die thuis het meest wordt gesproken, zijn veel van die woorden helemaal niet vanzelfsprekend.
Door deze woordenschat gericht aan te bieden en regelmatig te herhalen, krijgt een kind steeds meer taal tot zijn beschikking.
En dat merk je niet alleen tijdens de Nederlandse les.
Het kind gaat ook op school steeds meer begrijpen.
Van onzeker over Nederlands naar tweetalig gymnasium
Ik denk bijvoorbeeld nog vaak aan een meisje uit een Engelstalig gezin dat jaren geleden bij mij kwam.
Op school ging het leren van de Nederlandse letters en klanken niet gemakkelijk. Klanken als ui, oe, ei en eu waren lastig en er werd zelfs overwogen om haar terug te laten gaan van groep 3 naar groep 2.
Ook logopedie kwam ter sprake.
Haar moeder twijfelde. Ze had het gevoel dat haar dochter niet zozeer een probleem met taal had, maar vooral veel meer oefening met het Nederlands nodig had.
Ze nam contact met mij op en we zijn samen aan de slag gegaan.
We oefenden Nederlandse klanken, maar werkten vooral heel veel aan de Nederlandse taal: woorden begrijpen, woorden gebruiken, zinnen maken, lezen, praten en steeds opnieuw oefenen.
En ze ging vooruit.
Niet alleen haar Nederlands werd beter. Ook haar zelfvertrouwen groeide.
Ze durfde steeds makkelijker Nederlands te praten met andere kinderen en kon steeds beter meekomen op school.
We zijn jarenlang Nederlandse lessen blijven doen.
En uiteindelijk ging ze naar het tweetalig gymnasium.
Haar Engels is nog steeds uitstekend, logisch, want dat is haar moedertaal, maar daarnaast spreekt en schrijft ze ook uitstekend Nederlands.
Het probleem was dus niet dat zij geen taal kon leren.
Ze had vooral meer Nederlandse taal nodig.
Meertaligheid is geen taalstoornis
Dat onderscheid is ontzettend belangrijk.
Een meertalig kind verdeelt zijn taalervaring over meerdere talen. Het kan daardoor voorkomen dat de Nederlandse woordenschat kleiner is dan die van een Nederlandstalig klasgenootje.
Dat betekent niet automatisch dat er sprake is van een taalstoornis.
Daarom is het belangrijk om bij zorgen over de taalontwikkeling van een meertalig kind niet alleen te kijken naar wat het kind in het Nederlands kan, maar naar de totale taalontwikkeling.
Hoe communiceert het kind in de moedertaal? Begrijpt het daar ingewikkeldere opdrachten? Kan het verhalen vertellen? Kent het daar wél veel woorden?
Dat kan belangrijke informatie geven over de vraag waar de moeilijkheid precies zit.
Logopedie en Nederlandse les zijn geen vervanging voor elkaar
Het is belangrijk om daar duidelijk over te zijn.
Dutch for Kids vervangt geen logopedist.
Wanneer een kind daadwerkelijk problemen heeft met spraak of taalontwikkeling, is het belangrijk dat dit door de juiste professional wordt onderzocht en begeleid.
Maar andersom geldt hetzelfde.
Wanneer een meertalig kind vooral een achterstand heeft in de Nederlandse woordenschat, heeft het misschien niet méér oefening met één specifieke klank nodig.
Het heeft vooral méér Nederlands nodig.
Meer luisteren.
Meer praten.
Meer woorden.
Meer grammatica.
Meer lezen.
En vooral: heel veel veilige oefenmomenten waarin het kind Nederlands kan gebruiken.
Hoe weet je wat jouw kind nodig heeft?
Is jouw kind meertalig en heeft school zorgen over het Nederlands? Dan kun je jezelf een paar vragen stellen.
Heeft mijn kind dezelfde problemen ook in de moedertaal? Begrijpt mijn kind veel meer dan het zelf in het Nederlands kan zeggen? Spreekt mijn kind thuis voornamelijk een andere taal? Mist mijn kind vooral Nederlandse woorden? En merkt de school dat mijn kind tijdens thema’s en klassengesprekken woorden mist die andere kinderen wel kennen?
De antwoorden op die vragen kunnen helpen om beter te begrijpen waar de behoefte ligt.
Soms is logopedie de juiste route.
Soms is extra Nederlandse taalondersteuning veel passender.
En soms kunnen beide juist heel mooi naast elkaar bestaan.
Extra Nederlandse les voor een meertalig kind
Bij Dutch for Kids geven we één-op-één Nederlandse les aan kinderen die overal ter wereld opgroeien.
Ook begeleiden we kinderen die in Nederland of België wonen, maar thuis voornamelijk een andere taal spreken.
Tijdens onze lessen werken we gericht aan onder andere woordenschat, spreken, luisteren, grammatica, lezen en spelling. Bij jonge kinderen doen we dat spelenderwijs en sluiten we zoveel mogelijk aan bij onderwerpen die ze op school ook tegenkomen.
Want uiteindelijk is het doel niet alleen dat een kind een rijtje Nederlandse woorden kent.
We willen dat een kind in de klas denkt:
Hé, ik weet waar de juf het over heeft.
Dat het mee kan praten.
Dat het een verhaal durft te vertellen.
Dat het andere kinderen begrijpt.
En vooral dat het weer vertrouwen krijgt in het Nederlands.
Twijfel je of jouw kind vooral extra Nederlandse taalondersteuning nodig heeft? Neem gerust contact met ons op. Tijdens een kennismaking kunnen we samen kijken naar de situatie van jouw kind en bespreken welke vorm van Nederlandse les daarbij zou kunnen passen.
Veelgestelde vragen
Heeft mijn meertalige kind logopedie nodig?
Dat hangt af van de oorzaak van de taalproblemen. Wanneer een kind ook in de moedertaal moeite heeft met taal of spraak, kan onderzoek door een logopedist verstandig zijn. Wanneer een kind zich in de moedertaal goed ontwikkelt maar vooral Nederlandse woorden mist, kan extra Nederlandse taalondersteuning een belangrijke rol spelen.
Kan meertaligheid een taalachterstand veroorzaken?
Een meertalig kind verdeelt zijn taalervaring over meerdere talen. Daardoor kan de woordenschat in één taal kleiner zijn dan bij een kind dat vrijwel uitsluitend die taal hoort. Dat betekent niet automatisch dat er sprake is van een taalstoornis.
Wat is het verschil tussen logopedie en Nederlandse les?
Een logopedist behandelt problemen op het gebied van spraak, taal, stem en communicatie. Nederlandse les is gericht op het vergroten van de beheersing van het Nederlands, bijvoorbeeld door te werken aan woordenschat, grammatica, spreken, luisteren, lezen en spelling.
Hoe kan ik de Nederlandse woordenschat van mijn kind vergroten?
Veel Nederlandse taalinput en herhaling zijn belangrijk. Voorlezen, gesprekken voeren, Nederlandse boeken en programma’s en gerichte Nederlandse lessen kunnen helpen om de woordenschat verder uit te breiden.
Kan mijn kind Nederlandse les én logopedie volgen?
Ja. Het hoeft niet altijd een keuze tussen beide te zijn. Wanneer een kind zowel ondersteuning nodig heeft bij de spraak- of taalontwikkeling als extra Nederlandse taalinput, kunnen logopedie en Nederlandse les naast elkaar bestaan.

Benieuwd hoe onze online Nederlandse lessen voor kinderen eruitzien in de praktijk?
Plan een gratis kennismaking in. Dan kijken we samen waar je kind staat, en volgt daarna een gratis proefles bij een docent die past. Zo ontdek je zonder verplichtingen of onze aanpak bij jullie gezin past.
