
Als je een Nederlands kind bent en je woont in het buitenland (en zit op een Engelstalige school) kan het soms lastig zijn om Nederlandse spellingregels goed toe te passen. Vooral die ene regel van de d’s en de t’s aan het eind van een werkwoord. Hoe zit dat ook alweer? In dit blogbericht bespreken we het!
In de tegenwoordige tijd krijgen werkwoorden die je vervoegt in de tweede en derde persoon enkelvoud altijd een ’t’ na de ik-vorm. Bijvoorbeeld: ik loop en hij loopt.
Als de ik-vorm van het werkwoord eindigt op een ‘d’, krijgen we in de tegenwoordige tijd ‘dt’. Bijvoorbeeld: ik vind, hij vindt.
Dit maakt het gemakkelijker om te weten wanneer je een ‘d’ of een ’t’ moet gebruiken in de tegenwoordige tijd van werkwoorden!
In het filmpje hieronder wordt de regel van de d’s en t’s kort en krachtig aan je uitgelegd, een veelvoorkomende spellingkwestie waar veel leerlingen moeite mee hebben. Het is een k filmpje dat jullie helpt om de regel te begrijpen en correct toe te passen.
Soms heb je gewoon even visuele ondersteuning nodig om de verbale uitleg te verduidelijken. Dit filmpje heeft al veel leerlingen geholpen om de regel van de d’s en de t’s op de juiste manier toe te passen.
Geef het even door aan jouw Dutch for Kids juf als je meer uitleg nodig hebt over deze spellingregel.