Als een kind nog niet zoveel Nederlands spreekt, lijkt de oplossing vaak heel logisch: dan moeten we vooral veel gaan praten.
En natuurlijk is spreken belangrijk. Heel belangrijk zelfs.
Maar taalontwikkeling verloopt niet bij ieder kind op dezelfde manier. Soms begrijpt een kind al heel veel Nederlands, maar lukt het spreken nog niet zo goed. Of een kind kan juist heel makkelijk praten, terwijl lezen en schrijven veel moeilijker zijn.
Dat verschil tussen spreektaal en schrijftaal zag ik heel mooi bij Sofia, een van mijn eerste leerlingen bij Dutch for Kids.
Sofia begreep veel meer Nederlands dan ze sprak
Sofia was pas acht jaar toen ze bij mij begon met Nederlandse les.
Haar moeder is Nederlands, haar vader Italiaans en ze woonde met haar gezin in Venetië. Nederlands hoorde dus wel bij haar leven, maar Italiaans was de taal die ze dagelijks het meest gebruikte.
Toen we met de lessen begonnen, merkte ik al snel dat Sofia eigenlijk heel veel Nederlands begreep. Wanneer ik tegen haar praatte, kon ze me goed volgen.
Maar zelf Nederlands spreken vond ze een stuk lastiger.
Ze was bovendien van zichzelf een beetje stilletjes. Soms kwam haar moeder of haar broer tijdens de les even langs en dan hoorde ik hen gezellig praten. Sofia zelf had wat meer tijd nodig voordat ze uitgebreid in het Nederlands begon te vertellen.
Als leerkracht kun je dan al snel denken:
Ze spreekt nog niet zoveel Nederlands, dus daar moeten we vooral heel veel mee oefenen.
Maar bij Sofia ontdekte ik dat er ook een andere weg was.
Nederlands leren is meer dan alleen spreken
Als ouders hun kind aanmelden voor Nederlandse les en vertellen dat hun kind nog maar weinig Nederlands spreekt, ligt de nadruk in het begin vaak wat meer op spreken en woordenschat.
Dat is ook logisch.
Maar tijdens onze lessen werken we niet alleen aan spreken. We oefenen ook met lezen, schrijven, spelling, grammatica en begrijpend lezen.
En ik merkte al heel snel dat Sofia juist dát ontzettend leuk vond.
Dus zijn we daar gewoon mee aan de slag gegaan.
Niet omdat het spreken ineens niet meer belangrijk was, maar omdat ik zag dat ze veel plezier kreeg van andere onderdelen van de Nederlandse taal.
En daar bleek ze ook nog eens ontzettend goed in te zijn.
Sofia werd ontzettend goed in Nederlandse spelling
Ik begon mijn lessen vaak met een klein dictee.
Daarmee vroeg ik de spellingregels van de vorige les nog even terug. En Sofia wist ze echt bijna altijd.
De open en gesloten lettergreep, lange en korte klanken, woorden die eindigen op een d of t en allerlei andere Nederlandse spellingregels: ze pikte ze ontzettend snel op.
Soms vond ik het echt ongelooflijk hoe gemakkelijk ze die regels onthield en vervolgens ook goed gebruikte tijdens het schrijven.
Haar schrijftaal ontwikkelde zich razendsnel.
Maar haar spreektaal liep daar in eerste instantie nog een beetje achteraan.
En juist dat vond ik interessant.
Wat is het verschil tussen spreektaal en schrijftaal?
Spreektaal is de taal die we gebruiken wanneer we met elkaar praten.
Dat gaat meestal spontaan. We denken niet eerst uitgebreid na over iedere zin. We gebruiken soms korte zinnen, veranderen halverwege onze zin van gedachten en ondersteunen wat we zeggen met onze stem, gezichtsuitdrukking en gebaren.
Schrijftaal werkt anders.
Als je schrijft, heb je meer tijd om over taal na te denken. Je kunt bedenken welk woord je wilt gebruiken, hoe je een zin wilt opbouwen en hoe je een woord moet spellen.
Daarom kunnen spreektaal en schrijftaal bij een kind heel verschillend ontwikkeld zijn.
Een kind kan bijvoorbeeld:
- veel Nederlands begrijpen, maar weinig spreken;
- makkelijk Nederlands praten, maar moeite hebben met schrijven;
- goed lezen en schrijven, terwijl spontaan spreken nog lastig is;
- of juist heel vlot praten zonder veel kennis van Nederlandse spelling en grammatica.
Dat zie ik regelmatig bij tweetalige kinderen die in het buitenland opgroeien.
Kun je beter leren spreken door te lezen en schrijven?
Bij Sofia gebeurde precies dat.
Hoe sterker haar lezen en schrijven werden, hoe meer Nederlandse taal ze tot haar beschikking kreeg.
Ze leerde nieuwe woorden. Ze zag steeds opnieuw hoe Nederlandse zinnen waren opgebouwd. Ze leerde werkwoorden vervoegen en kreeg steeds meer gevoel voor Nederlandse grammatica en spelling.
En al die kennis begon ze uiteindelijk ook tijdens het spreken te gebruiken.
Eigenlijk hielp haar sterke schrijftaal dus om haar spreektaal verder te ontwikkelen.
Langzaam werden onze gesprekjes aan het begin van de les steeds langer.
Eerst waren het misschien een paar korte antwoorden.
Later vertelde ze over school, dingen die ze moeilijk vond, waar ze naar uitkeek, haar verjaardag, de vakantie en alles wat er in haar leven gebeurde.
En steeds vaker zaten we gewoon lekker in het Nederlands te kletsen.
Moet je extra veel spreken als een kind weinig Nederlands praat?
Sofia heeft mij daarin als leerkracht iets belangrijks geleerd.
Wanneer een kind weinig Nederlands spreekt, zijn we snel geneigd precies dát onderdeel extra veel te oefenen.
Kom, vertel eens.
Kun je daar een zin van maken?
Zeg het maar in het Nederlands.
En natuurlijk moeten kinderen ook de kans krijgen om heel veel Nederlands te spreken.
Maar taalontwikkeling hoeft niet altijd via de meest directe route te gaan.
Soms helpt het juist om te kijken naar het onderdeel waar een kind goed in is en plezier uit haalt.
Voor Sofia waren dat lezen, schrijven en spelling.
Daar kreeg ze zelfvertrouwen van. Daar merkte ze dat ze steeds meer Nederlands kon. En vanuit die sterke basis werd ook het spreken gemakkelijker.
Spreektaal en schrijftaal versterken elkaar
Spreken, luisteren, lezen en schrijven zijn verschillende taalvaardigheden, maar ze staan niet los van elkaar.
Een kind dat veel leest, leert nieuwe woorden en zinsconstructies kennen.
Een kind dat schrijft, moet actief nadenken over woorden en zinnen.
Een kind dat veel Nederlands hoort, krijgt steeds meer gevoel voor hoe de taal klinkt.
En een kind dat spreekt, leert al die kennis steeds sneller en spontaner gebruiken.
Daarom vind ik het binnen onze online Nederlandse lessen voor kinderen zo belangrijk dat we breed naar taal blijven kijken.
Niet alleen naar wat een kind nog niet kan, maar ook naar waar zijn of haar kracht ligt.
Van een meisje van acht naar een tweetalige jonge vrouw
En het bijzondere is: Sofia is inmiddels 21.
Ze was een van mijn eerste leerlingen en ik heb haar dus jarenlang zien opgroeien.
Ze is zo ontzettend leuk en attent. Ze wist bijvoorbeeld altijd wanneer ik jarig was. Dan kreeg ik ineens een briefje, een kaartje of zelfs een cadeautje opgestuurd. En we hebben tijdens de lessen ontzettend veel gelachen.
En ondertussen werd haar Nederlands steeds sterker.
Ze heeft inmiddels in Nederland gestudeerd, heeft Nederlandse vriendinnen en komt regelmatig naar Nederland om familie te bezoeken. Ze kan Nederlands lezen, schrijven én spreken.
En daardoor heeft ze nu als jonge volwassen vrouw echt de mogelijkheid om in zowel Italië als Nederland te wonen, werken of studeren.
Dat vind ik misschien wel het allermooiste aan haar verhaal.
Ieder tweetalig kind ontwikkelt Nederlands op zijn eigen manier
Sofia laat voor mij heel mooi zien dat tweetaligheid geen rechte lijn is.
Een kind kan veel begrijpen en nog weinig spreken.
Een ander kind praat honderduit, maar heeft nauwelijks ervaring met Nederlandse spelling.
En weer een ander ontdekt het Nederlands juist via boeken, schrijven en taalregels.
Daarom kijk ik bij Nederlandse les nooit alleen naar de vraag: Wat kan dit kind nog niet?
Minstens zo belangrijk vind ik:
Waar krijgt dit kind plezier van? Waar is het goed in? En hoe kunnen we dat gebruiken om de rest van de Nederlandse taal verder te ontwikkelen?
Want soms blijkt juist het onderdeel waarvan je dacht dat het minder belangrijk was, uiteindelijk de sleutel tot heel veel groei.
Benieuwd hoe onze online Nederlandse lessen voor kinderen eruitzien in de praktijk?
Plan een gratis kennismaking in. Dan kijken we samen waar je kind staat, en volgt daarna een gratis proefles bij een docent die past. Zo ontdek je zonder verplichtingen of onze aanpak bij jullie gezin past.